|
webhosting |
Homerus - De Ilias
Zang I
1. Aanhef (1-7)
2. De pijlen van Apollo (8-52)
3. Het orakel (53-100)
4. Boze woorden (101-147)
5. Goddelijke bemiddeling (188-210)
1. AANHEF (1-7)
(1) Over de wrok, godin, moet je mij vertellen. De verderfelijke wrok van Achilles, die ontelbaar veel smart aan de Achaeërs bezorgde, die vele krachtige heldenzielen naar Hades zond en die hen(zelf) tot prooien maakte voor de honden, tot aas voor de vogels. (Zo ging de wil van Zeus in vervulling.) Vertel vanaf het moment dat die twwe na een ruzie uit elkaar gingen : de Atride, aanvoerder van de manschappen en de goddelijke Achilles.Nu stelt Homerus een vraag aan de Muze
2. DE PIJLEN VAN APOLLO (8-52)
8-42:
(8)Wie van de goden toch bracht hen beiden samen, zodat ze door ruzie begonnen te bekvechten? De zoon Leto en Zeus. Want toen deze zich had kwaad gemaakt op de koning, had hij een dodelijke ziekte over het leger gezonden., de manschappen kwamen om, omdat Chryses, de priester door de Atride was beledigd.
(13) Want deze Chryses was naar de snelle schepen van de Achaeërs gegaan, om zijn dochter vrij te kopen met een enorme losprijs, met in zijn handen een hoofdband van de naar believen treffende Apollobovenop een gouden scepter en hij bad tot alle Achaeërs en in het bijzonder tot de 2 Atriden, de aanvoerders van de manschappen:"Atriden en jullie, andere Achaeërs met goede(22) Toen gingen alle Achaeërs akkoord om de priester met respect te behandelen en het schitterende losgeld aan te nemen. Deze twee dingen stonden de Atride Agamemnon van binnen echter niet aan. Hij zond Chryses ruw weg en voegde er een krachtig woord aan toe:scheenplaten, mogen de goden die op de Olympus wonen het u gunnen de stad van Priamus te verwoesten en veilig terug thuis te komen, maar het is te hopen dat jullie mijn geliefde dochter vrijgeven, neem dit losgeld aan, uit respect voor de zoon van Zeus, de naar believen treffende Apollo."
"Neen, oude man, en dat ik u hier niet meer ontmoet bij de holle schepen, of je nu hier blijft talmen of je later hier terugkomt. Want anders is het te vrezen dat die scepter en die hoofdband van uw god u niet beschermen/helpen.Zo sprak hij. De oude man had schrik en gehoorzaamde het bevel. (34) Zonder iets te zeggen ging hij naar het strand van de luidbruisende zee. Toen ging de bejaarde man een heel eind weg en bad vurig tot de heer Apollo, die door Leto met de mooie lokken was gebaard:
(29) Ik zal haar niet vrijlaten, nog eerder zal ouderdom haar treffen in mijn huis, in Argos, ver verwijderd van haar vaderland, terwijl ze het weefgetouw bedient en met mij het bed deelt. Ga weg en val mij niet lastig, opdat gij nog enigszins behouden van hierweggeraakt.""Verhoor mij, jij, god met de zilveren boog, jij die meester bent van Chryse en het hoogheilige Cilla, jij die met macht heerst over Tenedos, jij muizenverdelger. (39) Als ik inderdaad ooit een mooie tempel voor u heb geouwd of als ik ooit vette schenkelbeenderen van stieren en geiten aan u heb geofferd, vervul dan voor mij deze wens : mogen zij boeten, de Danaërs, voor mijn tranen door jouw pijlen."Zo sprak hij biddend en hem verhoorde de stralende Apollo.43-52: Apollo richt, zoals gevraagd door chryses, zijn dodelijke pijlen op het Griekse leger.
3. HET ORAKEL (53-100)
(53) Negen dagen lang vlogen de pijlen van de God Apollo over het Griekse leger, maar op de 10de dag riep Achilles het volk in vergadering bijeen, want de blankarmige godin Hera had hem dit ingegeven omdat zij bezorgd was om de Danaërs, omdat ze moest toezien hoe ze stierven. Toen ze verzameld waren, stond te midden van hen de snelvoetige Achilles op en sprak: (59)"Atride, ik denk dat wij, nadat wij weer aan het dolen zijn gebracht, naar huis zullen moeten gaan, als wij tenminste de dood nog kunnen ontlopen, omdat oorlog en pest samen de Achaeërs zullen bedwingen. Laten we eerst een waarzegger, een priester of zelfs een dromenverklaarder radplegen (want ook de droom komt van Zeus), die zou ons misschien kunnen zeggen waarom Apollo zo kwaad is geworden, hetzij omdat hij ontevreden is over een gelofte, hetzij om een hecatombe (= groot offer van 100 runderen) . In de hoop dat Apollo de offergeur van volmaakte schapen en geiten wil aannemen en dan misschien het onheil wil afweren."(68) En ja, nadat hij (=Achilles) zo gesproken had ging hij zitten; te midden van hen stond op Kalchas, de zoon van Testor, verreweg de beste vogelwaarnemer. Kalchas kende dat wat is, dat wat zijn zal en dat wat vroeger was, hij wees de schepen van de Achaeërs de weg naar Troje door zijn waarzeggerskunst, die schonk Apollo hem. Kalchas was hen goed gezind, nam het woord en sprak:"Achilles, vriend van Zeus, jij beveelt mij te verklaren de wrok van de van ver treffende Apollo, welnu ik ga het vertellen. (76) Maar jij van jouw kant, luister en zweer mij bereidwillig te zullen bijstaan, want ik denk een man kwaad te zullen maken, die met macht over alle Argeërs heerst en de Achaeërs gehoorzamen hem. Want het machtigst zal een koning zijn wanneer hij kwaad is op een onderdaan, want ook al verbijt hij zijn woede op de dag zelf, toch bewaart hij zijn wrok in zijn borst totdat hij die volbrengt. En jij, overweeg nu of je mij zal beschermen."(84) Hem antwoordend sprak de snelvoetige Achilles tot hem:"Vat moed en zeg in ieder geval de wil van de god, wat je ook weet. Want neen, bij apollo, die door Zeus wordt bemind en toto wie jij bidt wanneer je de wil van de goden onthult voor de Danaërs. Niemand van de Danaërs zal, zolang ik leefen ik op aarde het daglicht aanschouw, bij de holle schepen zijn zware handen naar jou durven uitsteken. Ook niet indien jij (eventueel) Agamemnon zou noemen, die er nu fier op is veruit de beste van de Achaeërs te zijn."(92) En toen vatte hij moed en sprak de onberispelijke ziener:"Niet om een gebed was hij ontevreden, ook niet om een hecatombe, maar om een priester die beledigd was door Agamemnon, want hij liet diens dochter niet vrij en heeft het losgeld niet aanvaard, daarom veroorzaakte de van ver treffende de smart en zal hij er nog geven.
Niet eerder zal Apollo dit schandalig onheil voor de Danaërs afweren, vooraleer Agamemnon het meisje met de beweeglijke ogen aan de geliefde vader teruggeeft, zonder koopprijs, zonder losgeld en hij een heilige hecatombe overbrengt naar Chryse, dan zullen we hem misschien kunnen overtuigen, nadat we hem gunstig hebben gestemd."
4. BOZE WOORDEN (101-147)
(101) En ja, toen Kalchas zo gesproken had, ging hij zitten. Te midden van hen stond de held, de Atride, de wijd heersende Agamemnon op, gekrenkt. Zijn rondom sombere gedachten waren gevuld met woede, zijn ogen leken op schhitterend vuur. Eerst keek hij kwaad naar Kalchas en dan zei hij:"Onheilsvoorspeller, nog nooit heb jij voor mij iets goeds gedaan,(121) Daarna antwoordde de snelvoetige, schitterende Achilles:altijd vind jij er plezier in in uw gedachten om slechte dingen te voorspellen. Een goed woord heb jij niet gezegd, noch doen uitkomen. (109) En ook nu weer verkondig jij voorspellend onder de Danaërs dat de van ver treffende daarom smarten over hen doet ontstaan, omdat ik het schitterende losgeld voor het meisje Chryseïs niet wou aannemen omdat ik haar liever thuis wou hebben. Want ik verkies haar nu eenmaal boven Clytaemnestra, mijn wettige echtgenote, omdat Chryseïs niet minder waard is, niet wat uiterlijk, karakter en verstand betreft en zeker niet wat betreft werkkracht. Maar niettemin wil ik haar teruggeven, als dat beter is. Ik heb liever dat het volk veilig is dan dat het omkomt, maar maak in dat geval onmiddellijk een ander eergeschenk klaar voor mij, opdat ik niet de enige onder de Argeërs ben zonder eergeschenk. Want dat past niet. Want jullie zien allen dat mijn eergeschenk naar ergens anders gaat."
"Roemvolste Atride, hebzuchtigste van allen, het gaat niet wat jij vraagt, want hoe zullen de moedige Achaeërs een eergeschenk aan u geven? Wij weten nergens groot gemeenschappelijk bezit liggen, maardie dingen die wij uit de steden hebben geroofd zijn verdeeld. Het gaat toch niet op dat de manschappen die dingen terug verzamelen. Maar jij, geef haar nu vrij uit respect voor de goden en wij, Achaeërs, zullen u dan drievoudig, nee viervoudig vergoeden als Zeus het ons ooit geeft de goed omwalde stad Troje leeg te plunderen."(130) Hem antwoordend sprak de heerser Agamemnon:"Verberg toch niet zo uw ware gedachten, hoewel jij voortreffelijk bent, op een god gelijkende Achilles, want jij zal mij niet misleiden en zal mij niet ompraten. Of wil jij misschien dat ik hier zomaar zit, zonder eergeschenk, terwijl je zelf je eergeschenk houdt, en beveel je daarom haar terug te geven? Genoeg nu, indien de dappere Achaeërs me een eergeschenkzullen geven, nadat ze het hebben aangepast naar mijn zin opdat het evenveel waard zal zijn, dan is het in orde. Maar als ze (eventueel) het geschenk niet geven, dan zal ik het eigenhandig nemen, ofwel het jouwe, ofwel dat van Ajax, ofwel zal ik dat van Odysseus nemen. Hij die ik zal treffen zan woedend zijn. (140) Maar we zullen die dingen in ieder geval achteraf opnieuw bespreken, vooruit, laten we nu een zwart schip naar de schitterende zee trekken, laten we er met zorg roeiers op samenbrengen, laten we een hecatombe aan boord brengen en laten we dan Chryseïs met de schone wangen zelf aan boord brengen. Dat er één, een lid van de raad, aanvoerder is, ofwel Ajax, ofwel Idomeneus, ofwel de Odysseus, ofwel jij Pelide, de geweldigste van alle mannen, opdat jij voor ons de naar believen treffende gunstig zou stemmen nadat jij een offer hebt volbracht."
5. GODDELIJKE BEMIDDELING (188-210)
(188) Zo sprak Agamemnon en pijn trof de Pelide. Zijn hart vroeg zich in zijn behaarde borst 2 dingen af: of hij zijn zwaard zou trekken en de anderen zou wegjagen en de Atride zou doden, of zijn woede zou doen ophouden en zijn drift zou bedwingen.
Terwijl hij dit overwoog in zijn geest en in zijn hart en terwijl hij zijn grote zwaard al uit de schede trok, kwam Athena uit de hemel. Wan,t de blankarmige godin Hera had haar gestuurd omdat ze van beiden evenveel hield in haar hart en om beriden even bezorgd was.
(197) Ze ging achter hem staan en greep de Pelide bij zijn blonde haar, zij toonde zich alleen aan hem. Niemand van de anderen zag haar. Achilles schrok, draaide zich om en onmiddellijk herkende hij Pallas Athena. Haar ogen fonkelden vreselijk. Hij verhief zijn stem en sprak tot haar de gevleugelde woorden:"Waarom toch, kind van de Aigisdragende Zeus , ben je nu weer gekomen. Ben je misschien gekomen om de hoogmoed van de Atride Agamemnon te zien. Ik ga je wat zeggen, want ik denk dat het nog gaat uitkomen ook: vroeg of laatzal hij zijn eigen leven te gronde richten door zijn overmoedig gedrag."Op haar beurt antwoordde Athena, de godin met de fonkelende ogen:"Ik ben uit de hemel gekomen om jouw woede te doen ophouden, in de hoop dat je zal gehoorzamen. De blankarmige godin Hera heeft mij gezonden omdat ze jullie beiden evenzeer liefheeft en bezorgd is om jullie beiden. Allez, stop met dat geruzie en trek niet naar het zwaard met uw hand."
Op deze site vind je nog andere vertalingen van teksten van Herodotus:
http://www.koxkollum.nl/Homerus/frameset.htm
zoek op die site in het menu links naar de gewenste tekst...