webhosting   Cheap Reseller Hosting   links    free hosting by fateback   hosting reseller   100WebSpace offers 100MB Web Space 
Free Links
Free Image Hosting, Web Hosting, Architectural Projects in Bulgaria, Famous People & Celebrity Search, Web Page Hosting

Plato


Fragmenten uit de dialogen
Meno
Crito


Meno

Meno –

Socrates, zelfs voor dat ik je ontmoette, hoorde ik dat jij niets anders doet dan twijfelen en anderen in verwarring brengen.  Ook nu, zoals het mij lijkt / zo lijkt het me, hypnotiseer je me, beheks je me door toverkruiden, kortom, je betovert me met gezang, opdat ik vol onwetendheid ben. En je geeft geheel en al de indruk, als we even mogen spotten, dat je lijkt op die fameuze platte zee-sidderrog, zowel uiterlijk als innerlijk. Want ook deze doet de naderende en aanrakende altijd verstijven en jij geeft mij nu de indruk met mij zoiets te hebben gedaan. Want echt waar, ik ben immers verlamd in mijn ziel en in mijn mond, en ik weet niet wat ik jou moet antwoorden. En toch, al duizenden keren heb ik talloze uitteenzettingen gegeven over de deugd voor veel publiek, en met veel succes (zeer goed), vond ik van mezelf. En nu kan ik niet zeggen wat het in essentie is.  En ik denk dat het een goede beslissing was van jou  niet van hieruit naar het buitenland te varen, en niet op buitenlandse reis te gaan:
want als je als vreemdeling in een andere stad zoiets zou doen, zou je snel aangehouden worden als tovenaar.

Socrates-
Jij bent doortrapt, Meno, en je had me bijna misleid.

Meno -
Waarom dan wel, Socrates?

Socrates-
Ik heb door waarom je die vgl. op me maakte.

Meno-

Omwille waarvan meen je dat dan?

Socrates-
Opdat ik op mijn beurt een vergelijking op jou zou maken.  Ik weet(hetvolgende) van mooie mensen, dat ze graag vergeleken worden.  Want ze (=vgl.) vallen in hun voordeel: want volgens mij zijn de beelden van mooie mensen mooi.  Maar ik ga je op mijn beurt niet vergelijken / ik speel het spel niet mee.  Als de sidderrog slechts door zelf te vertstijven, anderen doet verstijven, lijk ik op hem; zo niet, niet. Het is niet omdat ik zelfzeker ben dat ik anderen doe twijfelen, maar  slechts omdat ik bovenal twijfel, doe ik anderen twijfelen.

 


Crito

Socrates -
Waarom ben je zo vroeg gekomen, Crito? Of is het niet vroeg meer?

Crito –
Toch wel, nog zeer vroeg

Socrates -
Hoe laat ongeveer?

Crito –
Heel vroeg in de ochtend

Socrates -
Ik sta er stom van/ vreemd dat de bewaker van de gevangenis voor jou heeft willen opendoen.

Crito –
Hij is al aan mij gewend, Socrates, omdat ik hier geregeld kom en ik heb hem ook iets toegestopt / al een dienst bewezen.

Socrates -
Ben je hier pas, of al lang?

Crito –
Al tamelijk lang.

Socrates -
Waarom heb je me dan niet onmiddelijk gewekt, maar zit je er hier zo stil/zwijgend bij?

Crito –
Bij Zeus, Socrates, neen, als ik het was, zou ik zelf niet in deze slapeloosheid en ellende willen zijn, maar jij, als ik je hier zie, sta ik er al lang verwonderd van hoe je hier zo rustig ligt te slapen.
Met opzet maakte ik je al die tijd niet wakker, opdat je de tijd zo aangenaam mogelijk doorbrengt.  Ook al eerder gedurende je hele leven heb ik je dikwijls gelukkig geprezen om je karakter, maar wel het allermeest in het onheil dat je nu treft, hoe gemakkelijk en filosofisch je dit nu draagt.

Socrates -
Ja Crito, het zou immers verkeerd zijn als iemand op zo’n leeftijd verontwaardigd is als hij dan moet sterven.

Crito –
Ook anderen, Crito, van die leeftijd, worden gegrepen door zo’n onheil.  Maar hun leeftijd verhindert hen niet voor verontwaardigd te zijn omwille van het aanwezige lot. 

Socrates -
Dat is zo.  Maar waarom ben je dan zo vroeg gekomen?

Crito –
Met een boodschap, Socrates, lastig en zwaar te dragen, niet voor jou, naar ik meen, maar voor mij en al je vrienden, zowel moelijk als zwaar, een boodschap, zo lijkt het me, waar ik wel mede het zwaarst onder gebukt zal gaan.

Socrates -
Wat is dan dat bericht? Is misschien het schip uit Delos aangekomen, na aankomst waarvan ik moet sterven?

Crito –
Terug is het nog niet, maar volgens mij zal het vandaag komen, te oordelen naar wat sommigen zeggen, mensen die uit Sounion komen en die het schip daar hebben verlaten. Uit deze berichten wordt duidelijk dat morgen de dag zal komen, Socrates, en is het noodzaak dat je tegen morgen je leven be๋indigt. 

Socrates -
Komaan, Crito, in godsnaam/op hoop van zegen.  Als het zo door de goden geliefd is, dan moet het zo zijn.  Maar ik geloof niet dat het vandaag zal komen.

Crito –
Waaruit leid je dat af?

Socrates -
Ik zal het je zeggen; Want ik moet toch pas sterven op de dag na de aankomst van het schip. 

Crito –
Dat zeggen tenminste de ter zake bevoegden (= de Elfmannen).

Socrates -
Ik denk niet dat het schip in de loop van de komende dag zal komen, maar op de volgende dag. (ik denk niet dat het schip vandaag zal komen, maar morgen.)  Ik besluit dit uit een droom die ik kort tevoren deze nacht heb gehad.  Je hebt geluk dat je me niet op een gunstig moment hebt wakker gemaakt.

Crito –
Wat was dat voor een droom?

Socrates -
Ik droomde dat er  voor mij een mooie en goed gevormde vrouw, in een wit kleed, verscheen.  Ze riep me en zei: “ Socrates, op de derde dag zal je het vetkluitige/vruchtbare Phtia bereiken.”

Crito –
Een merkwaardige droom, Socrates

Socrates -
Maar duidelijk, Crito, lijkt het me.

Crito –
Al te duidelijk lijkt het me. Maar, wonderlijke Socrates, luister nu toch naar me, en laat me je redden. 
Want als jij sterft, is er voor mij niet slechts ้้n ramp, maar behalve dat ik beroofd zal zijn van een vriend zoals ik er nooit meer ้้n zal vinden, zal ik aan velen, die mij en jou niet goed kenden, de indruk geven dat ik, hoewel ik in staat was jou te redden en als ik er geld voor over had, nagelaten heb je te redden/dat ik mijn taak niet heb gedaan. En toch, welke reputatie zou schandelijker zijn dan deze, dat men de indruk wekt geld hoger te stellen dan vrienden. Immers, de massa zal niet geloven dat jij zelf niet hier vandaan hebt willen gaan, hoewel wij daarop aandrongen?

Socrates –
Maar, mijn beste Crito, waarom bekreunen wij ons om de mening van de massa?  (Het is niet nodig je te bekreunen) want de besten, die het meer waard zijn om je over te bekommeren, zullen van oordeel dat de dingen gebeurd zijn, zoals ze inderdaad gebeurd zijn.

Crito –
Je ziet toch, Socrates, dat het noodzakelijk is je ook te bekreunen om de mening van de massa. Juist wat hier aan het gebeuren is, maakt duidelijk dat zij niet in staat zijn het kleinste onheil, maar het grootste onheil te realiseren, als iemand onder hen een slechte naam krijgt.

Socrates –
Ja, Crito, waren ze maar in staat het grootste onheil te realiseren, want dan zouden ze ook in staat zijn tot de grootste weldaden, dat zou mooi/goed zijn. Nu zijn ze tot geen van beide in staat. 
Want zij kunnen niets wijs of dwaas, ze doen maar op. / Ze doen niks goed, ze doen niks dwaas. Ze doen gewoon datgene waar ze mee bezig zijn.